Met mijn boeken, samenvattingen en klappers vol aantekeningen voor mij, val ik bijna in slaap, tot de telefoon plotseling rinkelt. Ik schrik op uit mijn doezelige toestand en hoor even later een van mijn collega’s aan de andere kant van de lijn. Terwijl hij mij vraagt of ik vanavond nog een opdracht voor hem kan vervullen, werp ik een blik op de stapel samenvattingen die ik voor morgen nog dien door te spitten. Verontschuldigend geef ik aan dat ik mij zelfs afvraag of ik wel toekom aan mijn eígen taken die ik vandaag te verrichten heb, laat staan aan ander werk…
Wanneer mijn collega geïnteresseerd vraagt naar mijn nog te studeren studiestof, vertel ik hem over mijn tegenzin wat betreft mijn laatste tentamen van dit jaar, dat ik hoop morgen voor een voldoende te zullen maken. Vol verbazing hoor ik hem daarop zeggen, dat hij heel graag nog eens met zijn neus in de boeken zou willen zitten. In plaats van iedere dag werken, zag mijn collega zich kennelijk met plezier studeren.
Het telefoontje blijkt me vervolgens wel wat extra energie te hebben gegeven, want als ik opnieuw mijn samenvattingen bij de hand neem, gaat alles een stukje sneller dan daarvoor. Ik realiseer mij dat dit mijn laatste studiegerelateerde werk voor dit jaar zal zijn. En daarbij: studeren voor tentamens mag dan misschien niet de allerleukste bezigheid zijn, maar of ik nu al zin zou hebben om elke dag te moeten werken? Nee, laat mij dan toch nog maar die psychologische theorieën en hersenstructuren uitpluizen.
Een dag later zit mijn laatste tentamen van het jaar 2007 erop. Het geeft me een goed gevoel, zodat ik, zelfs wanneer ik last-minute kerstcadeaus koop voor mijn familie, met een vrolijk gezicht door het centrum van Maastricht loop.
Na mijn eveneens laatste treinrit van dit jaar, plof ik thuis met een zucht op de bank neer. Met een onrustig gevoel denk ik vervolgens na. Moet ik niet nog cadeaus inpakken, is er niets meer voor school dat ik nog moet doen, heb ik al mijn vrienden wel een kerstkaart geschreven? Mijn verstand zegt me dat ik alles al heb gedaan wat ik moest doen, maar toch blijft mijn gevoel gejaagd. Het kan toch niet dat ik nu maar hoef te zitten wachten tot het uiteindelijk Kerstavond wordt? Dan klopt me iemand op mijn schouder en ontwaak ik uit mijn mijmeringen. “Maak jij de menukaarten voor Eerste Kerstdag nog even klaar? En vul je alvast even de snoepborden voor morgenavond?” aldus mijn moeder, waarop ook nog de telefoon gaat. Aan de lijn is mijn collega, met een nieuwe opdracht die voor morgen vervuld dient te worden. Gelukkig, ook in de vakantie hoef ik dus niet stil te zitten, is er nog genoeg te regelen en word ik zelfs ‘in geval van nood’ nog wel bezig gehouden!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten