maandag 17 december 2007

Fantaseren over mijn allereerste column

Nog met mijn gedachten bij allerlei hersendelen en ontwikkelingen, loop ik gehaast het Kerkraadse café binnen waar de redactie en freelancers elkaar vanavond ontmoeten. Niet veel later zitten wij in volle gang te vergaderen en voor ik het weet krijg ik een geweldig aanbod. Om voor de eerstvolgende editie van de Zuid-Limburger een column te schrijven.
En daar zit ik dan, veilig en wel achter mijn laptopje gekluisterd. Klaar om mijn eerste column te typen. Mijn dikke psychologieboeken – want ja, ik ben ook nog eens eerstejaars aan de Universiteit van Maastricht – liggen voor mij. Het wil me vandaag echter maar niet lukken me door de pagina’s vol met afbeeldingen van hersenen, cellen en lastige grafieken heen te werken. Mijn gedachten dwalen steeds af naar mijn stukje, de column voor de krant.
Nog met slaperige ogen van de korte nachtrust – die ik te danken heb aan veel studeerwerk en nog meer aan gedachtegangen over mijn toekomstige column – stap ik in Kerkrade op de trein richting Maastricht. Ik lees artikelen voor mijn studie. Wanneer ik overweeg in plaats daarvan een begin te maken aan mijn column, zetelen zich twee studiegenoten tegenover mij op het bankje. Vervolgens blijkt het veel gezelliger om gedurende de verdere treinreis met mijn nieuwe vrienden te kletsen dan om me druk te maken over mijn studie of schrijfwerk.
Op school begeef ik mij slechts enkele uurtjes. Op de terugweg van Maastricht naar huis klets ik met weer andere studiegenoten over onze leerstof. Vanuit ons gesprek over de ontwikkeling van het kind, belanden we op het onderwerp huisdieren en op het moment dat we besluiten de ontwikkeling van dieren eigenlijk niet te kunnen vergelijken met die van kinderen, moet ik de trein alweer verlaten. Vervolgens trap ik voor mijn gevoel de pedalen onder mijn fiets vandaan. Ik ben nog maar net op tijd thuis, alwaar ik word opgehaald voor mijn zoveelste autorijles.
Hoewel ik nog wel wat rijlessen te gaan heb, fantaseer ik tijdens het rijden al over de tijd dat ik met de auto naar Maastricht kan gaan. Het zou wel jammer zijn dat ik dan nooit meer in de trein kan lachen met studiegenootjes, of, als die er niet zijn, niet mijn studieartikelen zou kunnen lezen. Dan schiet mij de column plotseling weer te binnen. Ik besef mij dat ik zelfs met de trein naar school zal moeten blijven gaan, want over mijn “gependel” tussen mijn woonplaats en mijn studiestad moet die column juist gaan. Wanneer mijn rij-instructrice mij wijst op mijn fouten, weet ik weer dat ik niet zo moet dromen. Terug thuis kruip ik dan ook zo snel als mogelijk achter mijn laptop, om met mijn neus in de boeken vol hersendelen en grafieken, in mijn achterhoofd stiekem te fantaseren over mijn eigen column.

Geen opmerkingen: