Hoewel er zo goed als nooit wat wordt omgeroepen op het station in Eygelshoven, hoor ik vanochtend een vrouwenstem de mededeling doen dat de trein richting Maastricht zeker tien minuten vertraging heeft. Het waait, het miezelt en het is koud. Het is dus niet de ultieme gelegenheid om nog wat extra tijd te staan wachten op het station. Terwijl ik mijn gezicht achter mijn sjaal verschuil, blijf ik onder een van de afdakjes staan. Naast mij staat een stel mensen, vrijwel allemaal met een sigaret in de hand of aan de mond. Na nog geen twee minuten merk ik op – hoewel nog steeds met mijn sjaal voor mijn mond, vanwege de kou – dat de frisse lucht onder het afdakje veranderd is in pure sigarettengeur. Terwijl ik naar het andere afdakje loop, werp ik een korte blik op het bordje met ‘Huisregels’. Het is nog vroeg en dus schemerig, waardoor ik de kleine letters op het bord niet kan lezen. Ik besluit een volgende keer te checken of mijn medewachtenden eigenlijk wel mogen roken hier. Aangezien het binnenkort waarschijnlijk zelfs niet meer in de cafés mag, hoop ik dat ik vanaf januari ook op het station niet meer hoef te staan hoesten en kuchen dankzij de rooklucht.
Eindelijk hoor ik de rinkelende belletjes en zie ik de lichtjes bij het spoor knipperen. Gelukkig is het voorste gedeelte van de trein nog niet drukbezet en kan ik gemakkelijk een plekje vinden. Tijdens de halt in Meerssen zie ik echter vanuit het raampje, dat er maar liefst vijf mensen moeten blijven staan. Ze kunnen de trein niet meer in, het is alweer overvol. Ik zie dat de achterblijvers zich al hoofdschuddend ergeren over de volle trein. Ik ben blij dat ik warm en droog tussen de meute mensen zit, al is het bijna benauwend door de drukte.
Na een korte schooldag zit ik als eerste in de trein. Terwijl een schoonmaker nog de afvalbakjes leegt, lees ik het nieuws dat vermeld staat in een van de krantjes die in de trein liggen. Samen met enkele studiegenootjes reis ik uiteindelijk richting Kerkrade. In Voerendaal verlaat een studievriend ons, om direct daarna een telefoontje te plegen naar een van de studiegenootjes die nog wel in de trein zitten. “Wat? Waarom dat dan?!” zegt de jongen verbaasd in zijn gsm. “In Heerlen moeten we de bus nemen,” laat hij ons vervolgens weten en hij klapt zijn telefoon weer dicht. Nog even denken we dat het telefoontje een grap was, maar dan horen we een oproep aan de passagiers. Het lijkt de ‘omroepdag’ wel, aangezien ik de ongewone omroepen niet gewend ben. We moeten inderdaad in Heerlen uit de trein, want tussen Heerlen en Landgraaf schijnt stormschade aan het spoor te zijn. Na een hele tocht met de bus te hebben afgelegd, is de ochtend, die wel een hele dag leek door de omweg door Heerlen en Landgraaf, alweer om. In Eygelshoven wil ik graag bij het station uitstappen, aangezien mijn fiets daar staat geparkeerd. Doordat ik met mijn gedachten al bij het studeerwerk zit, dat ik vanmiddag nog allemaal te doen heb, vergeet ik het om op de stopknop te duwen. Ik vraag snel aan de buschauffeur of hij nog kan stoppen, waarop zijn omroepstem volgt: “Nee jongedame, nu moet je helaas even wachten tot de volgende halte.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten