woensdag 16 januari 2008

Een Pools begin van het jaar…

Mijn 2008 begint geheel anders dan al mijn andere ‘nieuwe jaren’ tot nu toe. Om 12 uur wensen vriendlief en ik allemaal Poolse mensen een “happy new year”. Boven de Poolse bomen – we bevinden ons bij de aan het bos (een Pools Nationaal Park) grenzende woning van een van ons Poolse vrienden – zien we het vuurwerk uitkomen. Terwijl ons glaasje om de haverklap wordt bijgevuld met champagne, worden er foto’s gemaakt en wordt er een sneeuwballengevecht gehouden. Wanneer ik om 4 uur doodmoe mijn bed zie, hoop ik niet dat dit een ‘voorteken’ is voor de rest van het jaar. Ik neem mij dan ook direct voor om – wanneer de school weer begint – eerder mijn bedje op te zoeken.
Na het zien van mooie, ooit door de Russen gebouwde torenhoge gebouwen in het centrum van Warschau en na het beleven van heel wat ritjes in de Poolse metro’s, bussen en trams, stel ik vast dat wij heel anders leven in Kerkrade (en omstreken). Ik leef in een ‘gat’, wanneer je het met de Poolse hoofdstad vergelijkt. In Warschau kan je maar liefst een uur blijven doorrijden en dan ben je de stad nog niet uit. Daarnaast heb ik in Kerkrade nog nooit zo’n mooi paleis gezien, als waar in Warschau de zogenaamde ‘bodyguards’ de wacht staan te houden ter bescherming van het presidentiële kasteel. De winkelcentra lijken dorpen, inclusief de bowlingbanen en bioscopen. Zet daar maar eens het Coriocenter tegenover… En dan de chique gebouwen van het ‘oude stadscentrum’, dat eigenlijk nog helemaal niet zo oud is, aangezien Warschau na de Tweede Wereldoorlog voor zo’n 80 % vernield was – pittoreske huisjes flankeren rond het stadsplein. Een enorme kerstboom in het midden, een orgelspeler ernaast, lichtjes aan de gebouwen, die in de avonduren de duisternis doorbreken.
Na 5 dagen moeten we helaas de stad van de mooie gebouwen, maar ook van de vele grauwe flats, verlaten. Het lekkere Poolse eten zal ik missen, de kou in de vroege ochtenduurtjes helemaal niet. Onze lieve Poolse vrienden zou ik het liefst mee terug nemen in ons vliegtuig naar huis.
Wanneer bij aankomst op het Düsseldorfse vliegveld blijkt dat mijn koffer niet eens met ons mee is gekomen, bedenk ik mij dat het meevoeren van onze nieuwe vrienden waarschijnlijk een nog veel grotere opgave zou zijn geweest. Tijdens onze autorit vanuit het Duitse richting thuis, kan ik slechts peinzen over het achterblijven van mijn koffer. Twee dagen later kan ik gelukkig alweer met een goed gevoel aan onze reis terugdenken, wanneer een taxi voor ons huis stopt met mijn koffer in de achterbak.
Op mijn eerste schooldag van het nieuwe jaar neem ik plaats in de voor mij ondertussen vertrouwd voelende trein richting Maastricht. Hoewel de coupé rumoerig is zoals altijd, kan ik toch genieten van het Limburgse uitzicht. Ook wij hebben zo onze mooie plekjes – en al zijn het dan geen presidentiële paleizen of grootse, torenhoge gebouwen – ik voel me prima hier, bij onze kleine stadscentra, onze kleine bossen (in tegenstelling tot de Poolse Nationale Parken) en de Limburgse heuvels.

3 opmerkingen:

De forens zei

Hallo Maud,

Bedankt voor je reactie.
Ik had je inderdaad om toestemming moeten vragen, m.b.t. jouw column die ik gedeeltelijk uit de krant had overgenomen. Mijn excuses bij deze!
Beetje naïef van me (ik geef het toe); vandaar dat ik dat betreffende gedeelte zojuist gewist heb.

De reden dat ik aan jouw column aandacht heb besteed, is een soort “overzicht” te geven van allerlei creatieve en literaire “producten” die afkomstig zijn uit onze regio. Onder het motto: “kijk eens wat wij als Parkstad voor kwaliteiten in huis hebben!” Niet meer of minder…

Groeten, Maurice

Maud zei

Beste Maurice,

Bedankt voor je bericht.
Ik was in eerste instantie even geschrokken van mijn column op je blog, maar toen ik later erachter kwam wat je thema was, besefte ik dat het eigenlijk helemaal niet zo erg was als ik dacht. Je had het er dus heus niet persé van hoeven verwijderen.

Na het ontvangen van je berichtje kan ik het zelfs enigszins waarderen wat je gedaan had, want de kwaliteit van onze regio onder de aandacht brengen is eigenlijk zo gek nog niet!

Ik wist echter op het eerste moment niet wat je bedoeling was van het plaatsen van een deel van mijn column op je blog. Ik heb je tenslotte nog nooit gezien en ik weet helemaal niet wie je bent - laat staan dat ik je achternaam weet...(?)

Heb je mij eigenlijk inmiddels in de trein gezien? Ik ben namelijk wel benieuwd naar de daadwerkelijke persoon achter die 'forens'. Dus: mocht je mij tegenkomen in de trein van of naar Maastricht, geef dan even een gil!

Groeten, Maud

De forens zei

Hoi Maud,

Gisteren nog gekeken in de trein of ik jouw tegenkwam. Maar ik heb je niet gezien. Misschien voor mij ook moeilijker. Want in jouw leeftijdsgroep zijn meerdere vrouwen die de trein nemen. En het is er druk.

Zoals al vertelde hebben we gezamenlijk de trein terug uit Maastricht.

Ik zal me maar een beetje om schrijven dat jij mij ook zou kunnen herkennen.

Ik ben 1 meter 80. Bruine jas. Een kapsel met enige inhammen en grijs haar. Brildragend, grijs koffer. Meestal een boek aan het lezen of aan het slapen in de trein. Vergezeld van een vrouwelijke collega. Ik stap uit in Chevremont.

Ik woon in Rolduckerveld. Ik begrijp ook jouw reactie op mijn " copie" werk. Want jij doet je de moeite om iets te schrijven.

Ik ben bezig een artikel te schrijven over de teloorgang van de Limburgse Kranten.

De ontslagen bij het Limburgse Dagblad, wat dit kan betekenen voor het politieke en maatschappelijke bewustzijn van mensen in onze regio. Want, we moeten weer trots zijn op onze regio. En naar mijn inzien mag je dan ook kritisch zijn.

Veel van mijn columns en ideeen ontwikkel ik samen met mijn vriendin. Die soms weer als vrouw of als levensgezel anders weer kijkt op zaken in het leven.

Veel studieplezier