Terwijl de man voor ons in de collegezaal vertelt over steekproeven, kletsen mijn studievriendin en ik over interessanter zaken. Het zestienjarige meisje uit het nieuws van vorige week wekt verbijstering bij ons. Ze had onlangs haar tweede drieling gebaard, wat ervoor zorgde dat ze inmiddels al zeven kinderen heeft (een ‘eenling’ en twee drielingen). Ik vraag aan mijn studievriendin hoeveel kinderen zij later graag wil. Zij vertelt twee of drie eigen kinderen te willen en nog een of twee geadopteerden. Mijn ogen worden groot en mijn wenkbrauwen schieten omhoog. Dat kan ze niet menen! Zo veel!
De hoogleraar kletst maar door over de statistische getalletjes. Hoeveel kinderen ik dan later wil, vraagt mijn psychologievriendin. “Één!” weet ik al helemaal zeker. Ondertussen bedenk ik dat ik natuurlijk ook onverhoopt een twee- of zelfs drieling zou kunnen krijgen, waar ik eigenlijk liever niet op hoop… Dat lijkt me zo druk.
Of ik mijn vriend zou verlaten als hij geen kinderen zou willen, vraagt mijn studievriendin. Ik weet niet echt te antwoorden, maar zeg wel dat haar toekomstige man van kinderen zal moeten houden! Dat beaamt ze en ze is er dan ook al vast van overtuigd dat ze die man met de enorme kinderwens ooit zal tegenkomen. Zij liever dan ik.
De universitair docent voor ons maakt allerlei tekeningen op het memobord onderaan in de collegezaal. “Stel je hebt honderd kinderen,” begint hij, terwijl hij bezig is met zijn geklieder op het bord. Uit de tekeningetjes ontstaan poppetjes, waarnaast cijfers en normale verdelingen staan. “We nemen een steekproef van vijf kinderen,” vervolgt de man, waarop mijn studievriendin en ik elkaar acuut aankijken. Ik moet grinniken en zij houdt haar handen voor haar gezicht om het lachen te verbergen. Ik zie mijn studievriendin al helemaal voor me, met een kindje aan haar ene hand, een kind aan haar andere hand, de derde op haar schouders, eentje in een draagdoek op haar rug en de vijfde in een draagdoek op haar buik. Wat ben ik blij dat ik dat zestienjarige meisje met haar zeven kinderen niet ben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten