Als bakstenen, zo voelen mijn bovenbenen. Toch ren ik door mijn pijn en vermoeidheid heen. Ik moet en zal het einde van de wijk zien te behalen. Nog een paar slopende meters. Halverwege moet ik even stoppen. Net als ik sta uit te puffen, komt er een vrouw van rond de dertig aan gerend. Sportief en in een rap tempo snelt ze langs mij heen.
Jezus, wat voel ik me een zwakkeling. Vooral als je bedenkt dat ik een jaar geleden nog wekelijks op de lange latten stond. Als ik niet trainde, gaf ik les.
Of neem vorig jaar zomer. Honderden kilometers stapte ik weg met mijn gloednieuwe renfiets. Al beukend op de pedalen deed ik net alsof ik meedeed aan de Tour de France.
Elke keer als ik nu de garage inkom, staart het mooie rijwiel me aan. Wel vanonder een flinke laag stof.
Om niet helemaal af te glijden naar lamme luiheid, ren ik na het studeren af en toe een rondje. Niet dat het veel helpt, dat merk ik wel aan mijn betonnen bovenbenen. Maar het moet, daarom ren ik nu via een enorme omweg naar huis. Met het verstand op nul. Dan voel ik tenminste mijn verzuurde spieren niet.
Wel vraag ik me af waar ik in alle pijnlijke haast naartoe ben gerend? Tussen de bomen door zie ik een groot gebouw. Ineens weet ik dat ik onbewust deze kant op ben gegaan. De overdekte skibaan is bekend terrein. Eenmaal binnen snellen oude bekenden op me af. Ze lopen met me mee naar het panoramische raam met uitzicht op mijn ooit zo vertrouwde, eeuwig besneeuwde wereld.
Een hellend vlak waar ik eerlijk gezegd nooit had moeten vertrekken. Opgewonden ren ik dan ook naar beneden. Leen een stel ski’s van mijn oude collega’s. Plus een skipak van een van de leraressen. Met mijn korte sokken nog aan schiet ik in de eerste de beste skischoenen en ren mijn witte walhalla tegemoet. Eenmaal boven aan de piste weet ik wat ik al die tijd heb gemist.
Vol vertrouwen laat ik mijn ski’s hun werk doen. En maak de mooiste bochten. Geen bovenbeen dat protesteert.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten