Van achter ons ontbijt in Tirol horen we de spannende scène aan per telefoon. De scène die bij ons thuis heeft afgespeeld, terwijl wij nietsvermoedend sliepen.
Met de hand op de borst horen we het verhaal van de buurvrouw aan. “De politie was zo hier. Maar er waren geen dieven,” vervolgt ze. “Alle tegels in jullie woonkamer zijn gesprongen!”
Huh?! Wát?!? Mijn moeder laat haar gedachten gaan over de thermostaat. Had ze hem uitgeschakeld of niet? Pa denkt aan de vijftal tegels waar al eerder een barst in was geslopen. Had de tegelzetter zijn werk – dertien jaar geleden – soms niet voldoende uitgevoerd?
Als we die avond een hard geluid horen, kijkt iedereen in het restaurant verschikt op. Ik grap dat de tegels misschien gesprongen zijn. Zo ver van huis gaat dat inderdaad nog, lachen om de uiterst vreemde gebeurtenis die in Kerkrade heeft plaatsgevonden.
Eenmaal thuis is het een ander verhaal. Geschrokken lopen we door het huis. Het looppad is niet meer. Twee stapeltjes tegels liggen in de hoeken van de kamer.
Die avond is het zelfs een lege woonkamer. Ter voorbereiding van alles wat komen gaat, hebben we de kasten alvast leeggeruimd en afgebroken. De stoelen staan in de garage.
Terwijl pa en ma discussiëren over de kleur van de tegels die ze gaan aanschaffen, zie ik stof en puinzooi. En ach, dan nemen ze er ook maar meteen een nieuwe gangdeur bij. Ik hoor de boormachine al razen.
Slechts het bankstel en de televisie zijn er nog. En hoewel ik helemaal niet gauw snak naar een lui avondje op de bank, wil ik nu niets liever. Ik denk onze toekomstige nieuwe, sjieke tegels en deur er maar wat graag bij. Was het maar al zover!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten