Een week later zijn mijn ouders een dagje op stap. Tja, het moet er dan toch maar eens van komen… Ik besluit naar de groenteboer te gaan.
Trots leg ik alle lekkernijen in de ijskast, terwijl ik nadenk over een voorgerecht. In de garage kom ik een blik soep tegen, dat lijkt me wel wat.
Mijn vriend kijkt inmiddels geamuseerd toe hoe ik alles klaar zet. Wel nog even de tafel dekken, dus de plantjes op de keukentafel moeten weg. Ik grijp echter verkeerd, want ik voel geprik in mijn duim. Blijkt dat ik allemaal cactusharen in mijn vinger heb!
Voorzichtig haalt vriendlief de naaldjes eruit. Onder helder licht, met een pincet. Ik word bijna hysterisch – niet dat ze blijven zitten en ik er over een half jaar nog mee loop!
Als ik het brood in de oven doe, lijkt het alsof er niets is gebeurd. Geen naalden meer te bekennen, kortom: ik kan nu écht een voortreffelijk diner klaarmaken.
Maar dan probeer ik het blik te openen. Ik trek aan de deksel en net wanneer ik opgelucht ademhaal omdat het ding eindelijk loskomt, schrik ik. De scherpe deksel heeft een flinke jaap veroorzaakt in mijn pink!
Nog panischer dan van de cactusharen, roep ik dat ik bloed. En niet zo’n beetje! Mijn kalme vriend neemt een pak pleisters en wikkelt mijn pink in de beige lapjes.
Ik mag nu met mijn pijnlijke vinger op de bank gaan zitten. Later aan tafel geniet ik van al het lekkers. En stiekem bedenk ik dat ik eigenlijk nooit hoef te leren koken. Ik heb tenslotte mijn eigen keukenprins!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten