Hij kijkt mij aan en zegt: ‘Ja, een stroopwafel, weet je wel?’ Daarop begin ik direct te grinniken.
‘Stroop… Sirop,’ begint mijn vriend te vertalen. ‘A sirop waffle!’ Ja hoor, dat willen mijn Canadese tante en oom wel proberen.
Mijn moeder heeft nog meer in petto voor de emigranten. Zo’n vijfentwintig jaar lang zijn ze nu al niet meer in Nederland geweest. ‘Ze kennen ook vast geen braadharing!’ beweert mam en komt al aangelopen met een schaal vol Hollandse hapjes.Onze Canadese oom kan niet stoppen met smullen. Een stukje brood met braadharing, een stroopwafel, Nederlandse chips… ‘Chips eten ze bij ons ook heel veel,’ licht tante toe. ‘Dat heb ik constant in huis, voor als de kinderen langskomen.’ Dat is bij ons trouwens niet anders – en dat zonder ongeplande bezoekjes van familie. Misschien een teken van verslaving…?
Over lekkernijen gesproken – in de kast vind ik een blik Jodenkoeken. Ook die wil mijn Canadese oom wel proberen, tussen de haring door.Dan wordt de drank erbij gepakt. Als we toch bezig zijn, moet er tenslotte ook geproefd worden aan de Jägermeister. Als mijn moeder vraagt of onze Canadese familie het ijskoude drankje wil proberen, barst ik in lachen uit. ‘Mam, hoe zeg jij dat nou: somesing!’
Ik wil haar eigenlijk corrigeren, maar in plaats daarvan vraag ik aan onze familie wat ‘typical Canadese food’ is – waarop mijn vriend mij hard lachend met grote ogen aankijkt. ‘Canadian zul je bedoelen!’ roept hij. Ik schrik en word acuut rood. Misschien moet ik eerst eens aan mijn eigen Engels gaan werken, voordat ik om anderen mag lachen en ze überhaupt kan corrigeren!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten